Generieke HBO - competenties

Uit de afstudeerscriptie moet blijken of de student de generieke hbo competenties op voldoende niveau heeft kunnen toepassen: 

Brede professionalisering: in staat te functioneren in het beroep waarvoor wordt opgeleid;
Multidisciplinaire integratie: in staat om kennis, inzichten, houdingen en vaardigheden vanuit verschillende vakinhoudelijke disciplines (economie, financiën, milieu, stedenbouw etc.) te integreren vanuit het perspectief van het beroepsmatig handelen;
Wetenschappelijke toepassing: in staat om relevante wetenschappelijke inzichten, theorieën, concepten en onderzoeksresultaten toe te passen bij vraagstukken uit de beroepspraktijk;
Transfer en brede, flexibele inzetbaarheid: in staat om kennis, inzichten en vaardigheden toe te passen in uiteenlopende beroepssituaties;
Creativiteit en complexiteit in handelen: in staat om te gaan met vraagstukken uit de beroepspraktijk, waarvan het probleem op voorhand niet duidelijk is omschreven en waarop standaardprocedures niet van toepassing zijn;
Probleemgericht werken: in staat om zelfstandig, op basis van relevante kennis en (theoretische) inzichten, complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk te definiëren en te analyseren en in het licht hiervan zinvolle (nieuwe) oplossingsstrategieën te bedenken, toe te passen en deze op hun effectiviteit te beoordelen;
Methodisch en reflectief denken en handelen: in staat om realistische doelen te stellen, werkzaamheden te plannen c.q. planmatig aan te pakken en om te reflecteren op eigen beroepsmatig handelen, op basis van het verzamelen en analyseren van relevante informatie, en tegelijkertijd in te spelen op veranderende omstandigheden en tevoren niet verwachte resultaten;
Sociaalcommunicatieve bekwaamheid: in staat met anderen te communiceren en samen te werken en het voldoen aan de eisen, die het participeren in een arbeidsorganisatie stelt;
Basiskwalificering voor managementfuncties: in staat om eenvoudige leidinggevende en managementtaken uit te voeren;
Maatschappelijke betrokkenheid: in staat om enerzijds de gevolgen van het beroepsmatig handelen voor de samenleving te zien en te betrekken in professionele keuzen en anderzijds in staat maatschappelijke ontwikkelingen te integreren in het beroepsmatig handelen.